Dit voorjaar ben ik vier weken in mijn eentje gaan backpacken in de Filipijnen. Het goedkoopste ticket dat ik vond was van Amsterdam naar Kuala Lumpur en ik besloot daarom eerst 2 weken in Maleisië te blijven voordat ik verder vloog naar de Filipijnen. Vanuit Kuala Lumpur kon ik rechtstreeks op Cebu in plaats van Manilla vliegen (handig!) en vanuit Cebu vervolgde ik mijn route langs de andere eilanden. Ik hou er niet van om te gehaast te reizen en vind het leuk om wat langer op één plek te blijven als het goed bevalt. De meeste backpackers beginnen en eindigen hun reis door de Filipijnen in Manilla. Dat is niet ideaal, want ondanks dat je je in deze drukke stad niet hoeft te vervelen (‘shoppers paradise’) is het nou ook weer niet een heel bijzondere plek.
Introductie van de reis en eerste stops
Zelf vloog ik aan het begin van mijn reis vanuit Kuala Lumpur met AirAsia rechtstreeks op Cebu. Hierdoor kwam ik pas op het eind van mijn reis in Manilla aan. Ik koos voor hostel The Good Shepherd in de wijk Makati, een populaire wijk bij backpackers en expats met veel shopping malls, bars en koffietentjes met een hoog hipster gehalte. Omdat Cebu een vrij drukke en vieze stad is pak ik gelijk de bus naar een rustigere plek op het eiland. Ik twijfel nog even over het bij backpackers populaire Moalboal (goede duikspot!) maar kies uiteindelijk toch voor het rustige Boljoon vanwege het door een Nederlander gerunde Noordzee hostel waar ik veel goede verhalen over gehoord heb. Dit blijkt inderdaad een goede zet. Noordzee hostel is een vrij nieuw hostel direct aan zee met heerlijke strandbedden en een goed restaurant.
Oslob heb ik zelf bewust gemeden. Hoewel het me een fantastische ervaring lijkt om met whalesharks te zwemmen, word ik van de situatie in Oslob een beetje verdrietig. Het is één groot circus van toeristen waarbij mensen urenlang in de rij staan om met whalesharks te zwemmen. Bovendien worden de dieren hier gevoerd wat allerlei nadelige gevolgen heeft; ze blijven te lang op één plek, kunnen gewond raken door boten omdat ze gewend zijn dichtbij te komen, etc. Geen aanrader dus! Als je echt met whalesharks wil zwemmen, probeer dan naar Donsol te gaan. Hier is veel minder sprake van massatoerisme en schijnen de whalesharks ook niet gevoerd te worden.
Vanaf Liloan, het meest zuidelijke puntje van Cebu neem ik de ferry naar Dumaguete. Er blijkt ook een rechtstreekse ferry naar Siquijor te gaan maar die heb ik blijkbaar net gemist (10:30). De ferry naar Dumaguete is net een schoenendoos met (dichte) ramen. Ik word niet snel zeeziek, maar dit moet niet veel langer gaan duren. Als we aankomen delen we een tricycle naar de haven aan de andere kant van het eiland om de boot naar Siquijor te nemen, maar we zijn net te laat en missen de boot. Ik twijfel om een nacht in Dumaguete door te brengen (een tripje naar Apo Island schijnt de moeite waard te zijn!) maar besluit toch op de volgende boot naar Siquijor te stappen. Als we in de haven van Siquijor aankomen zijn we inmiddels met een groepje van acht backpackers. Om kosten te besparen delen we met z’n allen een busje. De volgende dag huur ik een snorkel en loop ik naar Tubod Marine Sanctuary even verderop om te snorkelen. Als je vanaf het strand hier het water inloopt, zie je al gelijk een heleboel vissen.
Overnachten en lokale sfeer
Omdat Tori’s iets te basic is naar mijn smaak (geen kluisjes, eenvoudige wc en douche) besluit ik naar een ander hostel te verhuizen. Gelukkig heeft Charisma Resort nog plek in de dorm. Ik vermaak me goed op Siquijor en besluit een nachtje langer te blijven. Bij Charisma ontmoet ik al snel andere backpackers en er zijn veel leuke restaurantjes en barretjes op het eiland (Baha bar, Dagsa bar). In het weekend zijn er zelfs paar feestjes, waar het hele eiland op afkomt. Op het eiland is op een paar watervallen en leuke strandjes na niet heel veel te zien maar je kunt er wel fijn rond touren op de scooter.
Na Siquijor reis ik met twee meiden die ik op Siquijor hebt ontmoet door naar Bohol. We gaan eerst naar Panglao omdat zij hier willen gaan duiken en je er ook mooi schijnt te kunnen snorkelen. Het strand van Alona Beach valt nogal tegen en het dorp barst van de toeristen (super veel Zuid-Koreanen!). Ik besluit een motor taxi te nemen naar de Yoga Barn voor een yoga les en ga daarna naar het Dumaluan Beach om lekker af te koelen in zee. De volgende dag regelen we een auto die ons afzet in Loboc. We zijn in Loboc om de tarsiers en de Chocolate Hills te gaan bekijken. Maar waar het weer de afgelopen dagen al niet fantastisch was, is het nu ronduit slecht. Het blijft maar regenen!
Weer en natuur: van regen naar zonneschijn
Het blijft maar regenen! Ik besluit even af te wachten tot het beter wordt en zit twee dagen lang alleen maar binnen series op mijn laptop te kijken. Wanneer de zon weer terug lijkt te zijn, huur ik een scooter en rij ik naar de Tarsier Sanctuary in Corella. Als ik een ticket heb gekocht mag ik het kleine bos met tarsiers in en word ik van boom naar boom gestuurd om de schattige tarsiers te bekijken. ’s Ochtends is er iemand de tarsier spot (meestal een stuk of acht), vervolgens zetten ze bij elke boom met tarsier een medewerker en loop je langs deze bomen. Je mag niet te lang blijven staan of teveel foto’s maken want de tarsiers hebben hun rust nodig. Als ik terug rij, begint het opnieuw hard te regenen en ik besluit de Chocolate Hills dan maar helemaal over te slaan. De weersvoorspelling voor de volgende dag is beter en dat komt goed uit want ik ben van plan ongeveer 90 kilometer naar Anda te rijden op de scooter. Dit schijnt namelijk de mooiste plek op Bohol te zijn.
De volgende dag ga ik vol goede moed op pad, maar als ik een half uurtje onderweg ben, begint het opnieuw te regenen. Ik besluit te schuilen en hoop dat het zo op houdt. Het begint alleen maar harder regenen. Dit heeft geen zin. Ik ben het helemaal zat en besluit dan maar weer om te keren naar Loboc. Of Anda inderdaad de mooiste plek op Bohol is kom ik dus helaas niet te weten… De volgende dag neem ik de bus naar Tagbilaran en pak ik de ferry naar Cebu. Als ik met de ferry vanuit Bohol aankom in Cebu, neem ik een Uber naar een hostel in de buurt van het vliegveld. De volgende ochtend vlieg ik naar Puerto Princessa op Palawan. Gelukkig is het weer hier een stuk beter!
Palawan, El Nido en verdere eilandhop
Vanuit Puerto Princessa wil ik direct verder naar Port Barton. Met een minibusje. Ik laat me met een tuktuk van het vliegveld naar het busstation brengen maar als ik eenmaal een busje naar Port Barton heb gevonden, rijden ze eerst weer terug naar het vliegveld…Ik besluit op het busstation te wachten en na meer dan een uur is het busje terug. Nadat we eerst ongeveer alle pinautomaten in Puerto Princessa langs gaan omdat een aantal mensen in de bus nog niet gepind heeft (in Port Barton is geen pinautomaat) en hun pas niet overal blijkt te werken, vertrekken we eindelijk naar Port Barton. De bus zit propvol en op de chauffeursplek zitten niet één maar twee Filipino’s. Op mijn vraag of dat veilig is, antwoordden ze beiden met een volmondig ‘ja’ en rijden we vrolijk verder. Omdat er maar heel weinig accommodaties online te reserveren zijn in Port Barton en ik geen idee heb wat ik er precies zal aantreffen, heb ik twee nachten geboekt bij Port Barton Homestay. Deze homestay wordt gerund door de Filipijnse Liezel die zelf ook veel gereisd heeft en elke avond alle gasten meeneemt naar het strand voor ‘happy hour’ bij zonsondergang. Hartstikke gezellig dus wanneer je alleen reist. De homestay ligt net buiten het dorp en heeft één slaapzaal met acht bedden. ’s Nachts is er geen elektriciteit in Port Barton en is het in de dorm snikheet. Daarom besluit ik na twee nachten op zoek te gaan naar iets anders. Ondanks dat de meeste accommodaties niet op internet te vinden zijn, is er genoeg keus. Voor een vergelijkbare prijs als de dorm in de homestay vind ik uiteindelijk een privé kamer net achter het strand. Op het strand raak ik in gesprek met een Engels stelletjes en de volgende dag huren we met z’n drieën een bootje dat ons naar het prachtige White Beach brengt. Dit strand is voor mij een van de mooiste stranden van de Filipijnen. Het is er heerlijk rustig en het water heeft een prachtige kleur blauw. Omdat er ook een hotel op het strand is zijn er overal hangmatten waar je in kunt liggen (hier hoef je niet voor te betalen).
Boottochten, stranden en de hogere regio’s
De volgende dag boeken we een tour naar de eilanden in de buurt van Port Barton. Met een gezellige groep die vooral uit Engelsen bestaat gaan we op pad. Bij een van de eerste stops worden schildpadden gesignaleerd en al snel snorkel ik achter twee prachtige schildpadden aan. Heel bijzonder! In de middag hebben we een lekkere lunch aan een mooi strand. Een heerlijke dag. Gelukkig had ik voor mijn bezoek aan El Nido gehoord dat niet iedereen even enthousiast is over dit zogenaamde ‘paradijs’ en mijn verwachtingen daarom ook wat bijgesteld. In de Filipijnen werd ik zelfs door meerdere backpackers die al in El Nido geweest waren, gewaarschuwd over hoe ziek zij er waren geworden. Het eten, het leidingwater, de zee, alles leek vervuild en ziekmakend. Omdat ik juist fit wilde zijn voor de vier dagen er na die ik op zee zou doorbrengen besloot ik de tip van een reisgenootje te volgen om in hostel Amakan te overnachten waar je kan douchen met gefilterd leidingwater. Dit bleek inderdaad een fijn en schoon hostel, eigenlijk een soort boutique hostel (alleen niet heel sociaal en weinig andere backpackers).
Ik ga een dagje alleen op pad, huur een scooter en rij naar Nacpan beach. Het eerste stuk gaat prima en ik geniet van alles wat ik onderweg zie. Na een tijdje wordt er op een bord aangegeven dat ik de hoofdweg moet verlaten en op een ‘dirtroad’ verder moet om bij het strand te komen. Wat een vreselijke weg! Langer dan een half uur rijd ik op een weg vol met gaten en stof. Ze zijn hier wel bezig met het aanleggen van een weg dus hopelijk heb jij meer geluk als je hier bent. Als de weg nog niet af is, zou ik niet aanraden om hier met de scooter heen te gaan. Nacpac is een mooi strand, maar erg druk. Om de zonsondergang te zien, rijd ik naar een strand aan de andere kant van El Nido; Las Cabanas. Dit strand is een stuk makkelijker te bereiken (en daardoor ook nog drukker) maar een leuke plek om de prachtige zonsondergang te bekijken.
Conclusie en tips voor toekomstige reizigers
De reis eindigt met een combinatie van El Nido, Coron en nog meer eilanden: de boottochten, de havens en de verrassingen onderweg maken dit tot een onvergetelijke ervaring. De Filipijnen bieden honderden mogelijkheden voor eilandhoppen, surfen, duiken en snorkelen, maar dat vraagt wel om planning en flexibiliteit. Een paar belangrijke lessen die ik meeneem: probeer tevoren accommodaties en binnenlandse vluchten te boeken wanneer mogelijk, maar laat ruimte voor spontane verlengingen als een plek bevalt; respecteer de lokale cultuur en natuur en vermijd activiteiten die dieren schaden of het milieu belasten; en geniet vooral van de vrijheid die het reizen langs de vele eilanden biedt.

Eilandhoppen met Buhay Isla | Filipijnen 2017
tags: #backpacken #filipijnen #juli