Af en toe duikt er langs de bijna verlaten snelweg een verkoper op met gegrilde kip, een hele kalkoen, bananen of gegrild varken en palmsuiker. Ondertussen slingert de weg door het ene fraaie landschap na het andere, met suikerriet, bananenbomen, groene leisteenheuvels en doorkijkjes naar zee. Na twee dagen uitrusten op het strand van Valadero gaan we met de Cubanacan-bus naar Havana. Onderweg veel grote roofvogels, ook in bewoond gebied. Aan het eind van de middag wordt de chaos op de weg groter: oldtimers, gewoon oud en ook wat nieuw, kriskrassend langs de vele Lada’s.
Verkenning van Havana: pleinen, straten en historische gebouwen
Ons hotel ligt buiten de stad. De volgende dag nemen we de bus naar Havana. Eerst via 5th Avenue, die later overgaat in de Malecon, 5 km boulevard, drie autobanen en veel spetterende golven. We rijden langs Hotel Nacional, dat trots op de heuvel staat. Op het Plaza de Armes worden we omringd door muzikanten, Inge worden sambaballen in de hand gedrukt, ze moet meedoen en dan betalen. We lopen door en komen op Plaza de San Francisco, met de gelijknamige kerk, er staat een bruidje tussen de duiven. Voor het Capitolio staat een grote rij Amerikaanse oldtimers, mooi gezicht. We lopen de Obispo door, ooit de drukste winkelstraat, nu vooral druk en vervallen, al begint het herstel zich af te tekenen. We lopen een oude bank binnen. Dan zoeken we de Bodeguita del Medio, maar eerst het Plaza de la Catedral. Mooi, veel muziek en even geen stank. De bodeguita (‘kleine bodega’) waar Hemingway vaste klant was ook niet. We lopen langs een apotheek met mooie ‘gif’flessen. Daarna lopen we voor wat zeelucht over de Malecon, de zee spat er overheen. Veel vervallen panden, maar bij eentje zie je dat een kwast wonderen doet. We steken over, een levensgevaarlijke onderneming. Dan naar Hotel Inglattera, op straat zit een hele band, maar wij gaan rechtstreeks met de lift naar vijf hoog. Daar heb je uitzicht naar alle kanten, aan de achterkant lijkt het of er een bom is ingeslagen.

We verlaten de Marina ‘s ochtends vroeg naar de westelijke provincie Pinar del Rio. Eerst richting Mariel, langs de kust, goede weg en geen verkeer te bekennen. Dan zoeken, want verkeersborden zijn schaars. De routebeschrijving moet helpen. We nemen de afslag en ja hoor, een zesbaans autosnelweg, waar geen kip te bekennen is. Af en toe wat fietsers, een stinkende vrachtwagen en bij de viaducten, waar bij de helft geen weg overheen gaat, staan mensen op vervoer te wachten en sommigen liften. We tuffen door en pas bij Pinar del Rio wordt het wat drukker. Wat een prachtweg, het landschap wisselt steeds. Bij hotel Los Jasminos hebben we uitzicht over de Vinales vallei. Veel ‘mogotes’ (groene leisteenheuvels). We gokken de weg een paar keer en uiteindelijk, inmiddels in suikerrietgebied, zien we de zee en ten slotte komen we in La Palma. Op het kruispunt staat voor de verandering wel de richting aangegeven, maar deze druist geheel tegen ons gevoel in. Maar het blijkt toch goed. Boven ons blijven de gieren cirkelen. Ik heb al een paar keer geprobeerd ze te fotograferen. Zelfs eentje op een paal, maar doordat de flits dacht dat ie moest helpen, duurde het te lang… vogel gevlogen. We rijden door en zien weer zee en ook veel bloeiend suikerriet. Dan een weg die ik herken en ja hoor, we staan weer bij het snelwegviaduct. Dan maar via de lege zesbaans. Maar welke afslag? Er staat weer niets aangegeven of het bord is niet te lezen.

We rijden de volgende ochtend 5th Avenue af en komen via de Malecon bij de tunnel. Het regent, maar op zondag slapen de Havanezen ook uit, dus het is lekker rustig. We moeten de A1 hebben. Het is nu echt een stortbui, één grote watermassa op de weg, kuilen niet meer te zien, laat staan de afslag, weer zonder borden. Uiteindelijk steken we verderop via de middenberm over, we rijden er weer voorbij, dan maar achteruit en dan ligt een achtbaansweg voor ons. Voor de zekerheid checken we het en ja, het is goed. Bij het bordje 80 km (vanaf Havana) is de weg helemaal voor ons. Later wordt de weg zesbaans, maar het blijft vreemd dat er zo veel ruimte is voor geen auto’s. We rijden door wisselend landschap langs Guama, de krokodillenfarm. Dan naar de kust, de Bahia de Cochinos; de Varkensbaai. We rijden Playa Larga voorbij, een kuuroord met strand. Bij Playa Giron strijken we neer op een rustig strand, lekker veel wind en we nemen het ervan. Na deze heerlijke stop verder, maar dat is weer even gokken, een paar keer worden we door locals de andere kant op ‘gefloten’ en uiteindelijk rijden we via Yaguaramas naar Cienfuegos.

In Cienfuegos blijkt ons hotel kilometers buiten de stad te liggen. We gaan eerst langs de begraafplaats, waar een rijke suikerboer begraven ligt in een praalgraf in de vorm van het Pantheon uit Athene. Terug in de stad rijden we langs de kust, dan door de arbeiderswijken, groezelig, en dan naar het Parque José Marti, waar de mooie gebouwen staan. Dan is het tegen vijven en omdat het hier om zes uur donker is en we niet weten hoe ver het nog is, rijden we de stad uit. Na ruim 20 minuten vinden we ons mooie hotel aan zee. De volgende dag rijden we naar Trinidad, door een weer heel ander, fraai golvend landschap. In de verte de bergen. Een meisje verkoopt ons grote bananen. Verderop veel gieren, als we erop af gaan, gaan ze allemaal naast elkaar zitten op een hek, een stuk of negen, mooi voor de foto. Uiteindelijk komen we in Trinidad aan, veel keien op straat en lastige types, die ons bij hun moeder willen laten eten.

Het ergste is dat gefluit, zeggen dat je de weg niet in mag en dan begint het verhaal. Met ramen en deuren dicht vinden we een parkeerplaats, waar een oud mannetje de wacht houd. We dwalen wat door dit Unesco-dorp, mooi die kleuren en oude panden en weer veel muziek. De eerste de beste parkeerplaats op, waar een knaap een provisorische P heeft gemaakt, en wij liggen veilig aan het strand. Bloedheet, veel zee-egels en verderop het echte strand. Na anderhalf uur rijden we weer terug naar Trinidad, we kijken op de kaart en een restauranthouder spreekt ons in het Engels aan, of we verse kreeft en gamba’s willen. Dan verder richting Sancti Spiritus. Het is opvallend hoe goed alles hier staat aangegeven, ook de bezienswaardigheden. Dan zien we de Torre Iznaga al boven het landschap uitsteken, een 45 meter hoge toren die werd gebruikt om toezicht over de slaven te houden. Tegen vieren zijn we in Sancti Spiritus. We rijden over de enige stenen boogbrug van het eiland (uit 1830) naar Hostel del Rijo. Midden in het centrum en echt gaaf. We gaan dineren bij Martha, een ‘parados’, dus bij mensen thuis. Daarnaast mangosnippers en sinaasappel op een schoteltje. Ondertussen gaat de dochter de slaapkamer in en in nachthemd komt ze weer naar buiten en helpt vervolgens met opdienen. We zijn hier twee nachten en besluiten naar de noordkust te rijden, zo’n kleine 100 km. Via Placetos en Remidios komen we aan in Caibarain. Volgens de gids zijn er een paar kleine strandjes. Dat klopt, meer gras dan zand, maar wel heerlijk rustig en de zon schijnt volop. Wel hangen er wat locals rond, die zich later onder de bomen nestelen. We scheuren weer terug naar Sancti Spiritus en als we over een brug gaan, worden we staande gehouden door een agent. Ik de auto uit en hij springt in de houding, begint in het Spaans te ratelen, wijst op een bord aan deze kant van de brug met max 40 km. Ik probeer nog of ie Engels kan en wil hem uitleggen dat er aan de andere kant, net voor het bord een bus stond. De volgende dag zijn we al vroeg op weg en vinden makkelijk de weg naar Ciego de Avila, waar we naar boven gaan. Onderweg zijn ze aan het asfalteren, potje teer en dat in de gaten gieten en dan zand er over. Het verkeer dendert er overheen. In Maron lopen we even door het station uit 1923 waar de trein net binnenkomt. Grote oude wagons, mensen hangen er half uit. Verder is het in de stad één grote fietschaos. Plots zien we een Hollands dorp, tenminste zo lijkt het. De vrouw van Castro is ooit in Nederland geweest en dat vond ze zo leuk, dat hier een dorp nagebouwd is. We vragen het nog een keer en dan zijn we aan het begin van de 17 km lange dam die naar het eiland leidt. Eerst paspoort laten zien, dan betalen en plankgas over de dam. Op het eiland Caya Coco rijden we eerst naar de noordkust, veel resorts, klein strandje, is dit het nou?

Volgens de receptionist in het vorige hotel kon je, via Romana, het volgende eiland, doorrijden en dan weer oversteken naar land. Dit staat echter niet in ons boek. Als we terugrijden, moeten we aan het begin van de dam weer betalen. We komen hier wel zeven gele Nederlandse bussen tegen, Baarn NS, Roelofarendsveen, vreemde gewaarwording. De routebeschrijving zegt dat we terug naar Ciego de Avila moeten, maar wij steken ‘binnendoor’, al staat er geen bord. Weer terug en dan bij Maron links af en dan richting Bolivia. Onderweg moeten we een spoorlijn oversteken, dus stoppen we in verband met de hobbels en plots komt er een trein te voorschijn, dat is schrikken. Door maar weer, op een splitsing nemen we weer de verkeerde weg. Een knaap voor ons vraagt of we naar het Gran Hotel moeten en rijdt ons op de fiets vooruit, kris kras door de stad en ja hoor, daar zijn we. We worden diverse keren wakker vannacht, door gekrijs en muziek. De 125 km naar Las Tunas leggen we rap af door een saai landschap, vlak en met koeien. We strekken de benen onderweg en lopen langs de ‘helden’, een gedenkteken van revolutionairen met alle koppen in brons. We zien een sigarenfabriek. Dan verder door provincie Granma en het landschap wordt weer interessanter. Bij Palma Soriano slaan we af richting El Cobre, de bergen in. De kerk van het dorp zie je al van verre. We rijden er heen en worden meteen besprongen. Aan de andere kant zitten mannetjes die zeggen dat we wel naar boven kunnen rijden, dus rijden we door. Een foto en dan weer verder, op naar Santiago. We rijden naar de Catedral en parkeren daar. Dan doen we de highlights, de kathedraal, Hotel Casa Granda en Casa de la Trova, weer zo’n heerlijk muziekhuis. Hier betaal je een paar dollar en dan kun je de hele middag of avond luisteren naar optredens van verschillende bandjes. ‘s Avonds willen we naar Casa de la Trova. De ene zaal gaat bijna dicht en de tweede is nog niet open. ‘s Ochtends gaan we verder de berg op naar het Castillo del Morro, een kilometer of 10 buiten de stad. Dat ligt er prachtig bij, hoog boven de baai die uiteindelijk naar Santiago gaat. Mooi gerestaureerd en een schitterend uitzicht. Dan dalen we af, volgen een bord naar de Plaza de la Revolucion, hadden we dat maar niet gedaan. Dus we gaan terug en nemen de zelf gekozen route, dat werkt. Na wat zoeken in de hitte vinden we de Moncada-kazerne, het museum van de 26e juli (die dag begon in 1953 de opstand van Castro c.s.). Nu grotendeels school, maar een klein deel museum. Boven de ingang hebben ze de kogelgaten laten zitten. Het is bloedheet in de stad, dus we gaan naar buiten, 20 km verderop vinden we een strand dat alleen door Cubanen wordt bezocht, Playa Siboney. Het strand is druk en onrustig. Na de lunch gaat het regenen en daarom rijden we de bergen in. We klimmen pittig steil omhoog. Boven en half over de bergen hangen wolken, af en toe kom je toch nog iemand tegen. We maken een foto en genieten van de stilte. Dan dalen we weer af, terug naar de stad. We parkeren op de Plaza de Dolores en zwerven nog wat rond. We bezoeken het Museo Bacardi, niemand bij de entree, maar we worden teruggefloten. De kaartjesdame komt aansloffen, moest even naar het toilet. Dan verder naar Casa de la Trova, in de zaal waar we gisteren zaten, zitten nu mensen te eten. Op het plein voor de kathedraal staan veel kinderen, veel rumoer en ze gaan zo rennen. Motoren voorop en wat gaan ze hard van start. Het blijft de hele nacht regenen. ‘s Ochtends is het droog, maar de lucht is nog steeds donker. Na het ontbijt rijden we richting Guantanamo. Flink in het gas en bij een controlepost op de verder lege snelweg word ik aangehouden. Je mag hier maar 40, maar dat is al vaker goed gegaan. Als we bijna in Palma zijn, zonder bord naar Guantanamo, heb ik er echt de balen van. We gokken bij El Luis de goede richting op te rijden. We hobbelen over prutwegen. Maar uiteindelijk via La Maya komen we op de weg naar Guantanamo. Even verderop ligt de beloofde zesbaans snelweg, uit het niets. Hij is er niet voor het verkeer, maar omdat ze hier ergens vliegtuigen hadden verstopt en deze weg als landingsbaan kon worden gebruikt. Verder naar Guantanamo. We rijden door naar Yateritas. Het is een mooie verlaten baai, maar wel veel rotzooi. En als ik in een waterig zonnetje langs de kust loop, zie ik aan het eind een hutje met twee soldaten. Stel je voor dat die Amerikanen hier landen. Om 3 uur zijn we terug in Santiago en we rijden meteen door naar de Santa Ifigenia begraafplaats. Groot en theatraal, wel mooi. Dan naar het centrum, achter een NZH bus aan en parkeren bij Dolores. De volgende dag rijden we naar Holguin. Weinig te beleven, wel af en toe flinke hobbels en gaten en inmiddels weer wolken en dan nog 60 km door naar Guardalavaca. Na deze rondreis verdienen we wel een paar dagen strand.

Reflecties op de reis en ervaringen
Slovenië Op naar de Julische AlpenHet was een hele toffe reis. We hebben prachtige wandelingen gemaakt. Deze waren wel zwaarder dan verwacht. De logies waren zeer aangenaam, rustig en sommige met veel comfort. De wandelingen waren prachtig. Slovenië heeft een blijvende indruk nagelaten. Zoveel prachtige natuur, ongezien veel bloemen en planten. (zelfs de edelweis groeit er nog volop). Een authentieke omgeving.
Nathalie V. Zweden De vele gezichten van Zuidwest-ZwedenIk ga al 20 jaar met Anders Reizen op groepsreis, zowel stadsreizen als natuurwandelreizen. Dit was de eerste keer dat ik een reis deed op individuele basis en dit was een echte meevaller. Zowel wat betreft de keuze van de logies als van de wandelingen en we werden zeer goed geïnformeerd. Voor herhaling vatbaar dus !
Rita V. Albanië Peaks of the BalkansWat een prachtig avontuur in deze voor mij onbekende regio! We werden beloond met prachtige panorama's, veel cultuur, mooie logies, lekker eten en dit onder begeleiding van 2 topbegeleiders! Ik heb genoten van het begin tot het einde! Véronique N.
Jordanië Cultuur, woestijn en gastvrijheidHoewel alle indrukken nog wat moeten bezonken kan ik nu al stellen dat deze reis onvergetelijk is. De omschrijving dekt de lading volledig: cultuur, natuur en zeker ook avontuur. Combineer dat met de beloofde gastvrijheid en je hebt het recept voor een fantastische reiservaring. Bovendien een eerste groepsreis en een eerste keer Anders Reizen, ik kan niet wachten tot mijn volgende. ‘s Avonds klinkt live muziek in de vervallen straten. Als het licht uitvalt spelen de muzikanten in het donker verder. Is er vlees dan schuiven tientallen aan bij de slager. Bejaarden zitten in de schaduw de voorbijgangers gade te slaan, een dikke sigaar tussen de lippen. Na een rit door duister Havana arriveren we bij ons hotel in het oude stadscentrum. De straten zijn verlaten. ‘s Ochtends wandelen we door het oude Havana, vanaf het Plaza de Armas, waar het allemaal begon nadat de Spanjaarden hier voet aan wal zetten. Na een lunch van kip met rijst, het nationale gerecht in Cuba, gaan we naar het kerkhof Colón, dat voor Havana is wat Père Lachaise is voor Parijs. Dan lopen we via het Prado, een met marmer geplaveide wandelweg met zitbankjes in de schaduw van grote bomen, naar de ingang van de baai. ‘s Avonds gaan we naar de Obispo, de smalle ‘winkel’-straat van oud Havana. Er klinkt live muziek. In de Lluvia del Oro - de gouden regen - is de muziek echt goed en de sfeer ook. Het verkeer is een chaos: iedereen rijdt waar het hem het beste uitkomt. Er staan veel wachtenden langs de weg, hopend op een gastvrije chauffeur met vrije zetels. De botanische tuin die we bezoeken ziet er onverzorgd uit maar daardoor wel natuurlijk. Het mooiste is de Japanse tuin. In de namiddag gaan we nog eens het oude Havana verkennen. Twee straten verwijderd van de platgetreden toeristische paden ontdek je het echte leven in deze oude stad. Kinderen spelen baseball op straat, volwassenen schuiven met tientallen aan bij de slager omdat er vlees is gearriveerd en bejaarden zitten in de schaduw de voorbijgangers gade te slaan. Na het ontbijt vinden we een briefje van het kamermeisje met de boodschap haar niet te vergeten. Later zal blijken dat dit in alle hotels gebeurt.

Tijdens een reis door Cuba bezoek je o.a. Havana, Pinar del Rio, Trinidad, Camaguey, Sierra Meastra nationaal park, Santiago de Cuba, Santa Clara en Varadero. Tijdens onze reizen door Cuba maak je kennis met de koloniale architectuur van Havana, salsa, rum en sigaren, maar ook dichtbeboste gebergten, tropische vegetatie en de witte zandstranden van Cuba. We hebben in een lastige tijd voor Cuba een hele gevarieerde groepsreis gemaakt, het was een hele mooie en leuke ervaring met een geweldige groep en een ervaren bevlogen reisleider. Door de omstandigheden op dit moment in Cuba moesten we flexibel zijn. En dat waren we. Elke keer een verrassing waar we sliepen en of we wel elektriciteit hadden en water. Een mooie complete reis die je een goed beeld van het leven van de Cubanen weergeeft. Met dank aan Djoser is het mogelijk geworden om Cuba in al zijn facetten in een korte tijd te leren kennen. Een lang gekoesterde wens is volledig uitgekomen. Hiervoor dank aan de georganiseerde reis en de gezellige groep. Ik hoop dat het specifieke karakter van Cuba niet verloren zal gaan.

Een reiservaring samengevat
Deze tocht door Cuba biedt een brede verkenning van zowel bruisende steden als afgelegen kustlijnen, met ontmoetingen met lokale bewoners, markten en historische locaties. De reis benadrukt de veelzijdigheid van Cuba: koloniale architectuur, muziek en rumsmaak, bergen en kustlijnen, evenals de realiteit van het dagelijks leven onder uiteenlopende omstandigheden. De groep deelt samenhangende momenten, onverwachte wendingen en een collectieve nieuwsgierigheid die de ervaring verrijkt, terwijl men flexibel inspeelt op veranderende situaties en beperkte infrastructuur.